Master this deck with 16 terms through effective study methods.
Generated from text input
Lage koopkracht, ondervoeding, analfabetisme en werkloosheid.
In ontwikkelingslanden is er een klein aantal rijke inwoners en veel straatarmen.
Armoede leidt tot een gebrek aan middelen en kansen, waardoor armoede aanhoudt.
Nationaal inkomen per hoofd, voorzieningen en inkomensverschillen.
Het daalt als de bevolking sneller groeit dan het inkomen.
Ongunstig klimaat, gebrek aan kennis en natuurrampen.
Ze verminderen de welvaart en behouden werkgelegenheid in de EU.
Ongunstige ruilvoet en lage welvaart.
Stabiliseren van prijzen door opkopen en verkopen van grondstoffen.
Lage welvaart en stijgende werkgelegenheid door goedkope productie.
Door schulden kwijt te schelden of geld uit te lenen onder zachte voorwaarden.
Opvang van vluchtelingen en hulp bij herstel van het land.
Gebonden hulp bevordert werkgelegenheid in Nederland, ongebonden hulp geeft ontwikkelingslanden meer keuze.
Stijgende werkgelegenheid in ontwikkelingslanden en daling in de EU.
Door geld te geven, Fairtrade producten te kopen en te stemmen op goede politieke partijen.
Goede arbeidsomstandigheden en redelijke prijzen voor grondstoffen.