Master this deck with 34 terms through effective study methods.
Generated from uploaded pdf
Een gebouw voor soldaten of brandweer.
Zich in alle richtingen door elkaar bewegen.
Rode kleur van de wangen.
Zorgwekkend of onrustbarend.
Actie waarbij op grote schaal mensen worden opgepakt.
Zich snel en fluitend voortbewegen.
Een flauw keelgeluid.
Een dialect dat iemands afkomst verraadt.
Nog niet lang geleden.
Gebaseerd op feiten, zonder eigen mening.
Niet gebaseerd op feiten, met eigen meningen.
Afstand tussen twee steunpunten.
Korte vertelling met dieren als handelende personen.
Scherp of fel in de reactie.
Regelmatige bijdrage in een krant of weekblad.
Nepverhaal dat paniek zaait.
Huidziekte met rode vlekken en schilfers.
Inkerving of rimpel in de huid.
Iemand die zijn lening met veel werken betaalt.
Slechte of barbaarse daad.
Zo veel mogelijk voordeel halen uit iemand.
Vereniging van kloosterlingen met geloften.
Gevoel van verbondenheid met anderen.
Met het oog op of wegens.
Buitensluiten of niet meer kopen.
Verscheidenheid of afwisseling.
Snel opslokken of opzuigen.
Werkend door vloeistofdruk.
Hol rond voorwerp met twee gelijke cirkelvlakken.
Vermogen om in de gevoelens van anderen in te leven.
Ernstig schaden of plagen.
Verandering van richting of idee.
Als iets moois zichtbaar zijn.
Geen geluid maken.